Nedstat Basic - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller

Pestprotocol

Basisschool De Stuifhoek

Pesten op school
Hoe ga je er mee om?

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.
Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

Wat verstaan we onder pesten?
Pesten is iedere situatie waarin een persoon herhaaldelijk en langdurig het slachtoffer is van geestelijk en/of lichamelijk geweld uitgeoefend door één of meer personen.

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

• Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
• zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
• een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
• een kind wordt voortdurend buitengesloten of gekleineerd
• briefjes doorgeven
• beledigen
• opmerkingen maken over kleding
• isoleren
• buiten school opwachten, slaan of schoppen
• op weg naar huis achterna rijden
• naar het huis van het slachtoffer gaan
• bezittingen afpakken
• schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht.
Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.


Voorwaarden om het pestprobleem aan te pakken:

1.Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen:

leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders)

2.De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

3.Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen

4.Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

5.Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een contactpersoon nodig. De contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

6.Op iedere school is een contactpersoon aangesteld. Op De Stuifhoek zijn dat Annie Maijers (directeur) en Toon van der Ven (bovenbouw-coördinator)

HOE WILLEN WIJ DAAR OP DE STUIFHOEK MEE OMGAAN?

Op onze school hebben wij een visie ontwikkeld waarin het welbevinden, de betrokkenheid en de verbondenheid van de kinderen centraal staan. Deze visie kunt u terugvinden in onze schoolgids.

We hanteren op school 5 basisregels:
1. Je doet een ander geen pijn, ook niet met woorden. (respect hebben voor de ander)
2. Je vraagt een ander of je mee kunt doen en accepteert het antwoord. (vriendelijk zijn naar elkaar).
3. Je ruimt op wat je gebruikt hebt en maakt het schoon als dat nodig is. (zorg dragen voor alle materialen).
4. Je laat alles heel. (je verbonden voelen met je omgeving).
5. Je werkt in alle ruimtes zo stil en rustig mogelijk. Buiten kun je rennen en schreeuwen. (elkaar de kans geven om je te concentreren).

We werken veel rondom de sociaal/emotionele ontwikkeling.

In de groepen 0/1/2 wordt daarbij gebruik gemaakt van de doos vol gevoelens, het project ‘Een fruithapje voor het bidden’ over waarden en normen uit de katechese-methode Hellig Hart, de boekenserie Bloe met verhalen en liedjes over diverse gevoelens en de themamappen: anders zijn, angst, gevoelens en pesten (hierin zitten kant en klare materialen, maar ook verwijzingen naar boeken enz.)

De groepen 3 sluiten daarop aan met ‘Het kleine kanjerboek’. Dit heeft een vervolg in groep 4. In deze groepen is in de katechese-methode ‘Hellig Hart’ ook een project (Voor wat hoort wat) opgenomen over normen en waarden. Deze groepen kunnen eventueel ook gebruik maken van materialen uit groepen 0/1/2.

Voor de groepen 5 t/m 8 hebben we het huis vol gevoelens en axen aangeschaft. Dit is een "methode" en hierin zitten materialen en een handleiding m.b.t. de sociaal/emotionele ontwikkeling. De katechese-methode ‘Hellig Hart’ heeft zowel voor de groepen 5/6 (meelopen met de meute?) als voor de groepen 7/8 (een fietsbel in je oor”) een project over waarden en normen. Verder zijn er nog boeken met handleidingen die problemen op sociaal/emotioneel gebied ter sprake brengen.

Daarnaast hebben we materialen op school van o.a. de GGD en het Riagg.

Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

STELREGELS VOOR HET HANTEREN, SIGNALEREN EN BESPREEKBAAR MAKEN VAN PESTEN.

REGEL 1:
Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij:

• je mag niet klikken, maar……

als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt je er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.


REGEL 2:
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.


REGEL 3:
Samenwerken zonder bemoeienissen:
school en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie.
Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen.
Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen.
Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders.
De inbreng van de ouders richt zich vooral op het aanreiken van informatie, het geven van suggesties en het ondersteunen van de aanpak van de school.

REGELS OP DE STUIFHOEK DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:

1.Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig zou vinden

2.Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.

3.We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden

4.Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander). Probeer eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.

5.Niet: zomaar klikken. Wel: aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.

6.Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.

7.Blijft de pester doorgaan dan aan de meester of juf vertellen.

Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten !

8.Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden

9.Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.

10.Niet aan spullen van een ander zitten

11.Luisteren naar elkaar

12.Iemand niet op het uiterlijk beoordelen of beoordeeld worden

13.Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.

14.Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.

15.Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kunnen we ook weer vergeven en vergeten.

Deze regels gelden op school en daarbuiten

Toevoeging:
Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht.
Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels
Zowel schoolregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen. (bijlage 4)

AANPAK VAN DE RUZIES EN PESTGEDRAG IN VIER STAPPEN:

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

STAP 1:
Er eerst zelf ( en samen) uit te komen.

STAP 2:
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

STAP 3:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgt stap 4.

STAP 4:
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. Fase 1 van bestraffen treedt in werking (zie bij consequenties). De leerling krijgt een OEPS-kaart ( bijlage 1), deze kaart moet door de ouders ondertekend worden. De leerkracht noteert op het OEPS-formulier ( bijlage 2) een aantal gegevens die betrekking hebben op de situatie (zoals: slachtoffer, situatie, consequentie, reactie ouders op kaart en evaluatie) Dit formulier kan opgehaald worden van de computer, het witte formulier gaat in de map leerlingvolgsysteem van het slachtoffer, een rood kopie van dit formulier gaat in de map leerlingvolgsysteem van de pester.
Na 3 OEPS-kaarten volgt er een gesprek met de ouders. (fase 2 van bestraffen)
Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.
Heeft bovenstaande niet voldoende effect dan gaat men verder met fase 3 t/m 5 van bestraffen.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

CONSEQUENTIES

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest
(of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden)
En vervolgens leveren stap 1 tm 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.
De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn / haar gedrag:

FASE 1:

Een of meerdere pauzes binnen blijven

Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn

Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem

Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind doet

Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

FASE 2:

Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd op de OEPS-formulieren die in het leerlingvolgsysteem bewaard worden en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

FASE 3:

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.

FASE 4:

Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.

FASE 5:

In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.
(voor dit protocol verwijzen wij u naar de schoolgids)

Adviezen aan de leerkrachten van onze school:

Begeleiding van de groep waarin gepest wordt:

Maak het probleem bespreekbaar. Neem daarbij alle kinderen even serieus.

Maak gebruik van de materialen die we op school hebben! Zie onder punt: Hoe willen we daar op De Stuifhoek mee omgaan. Deze materialen liggen in iedere unit.

Voor groepen 0 t/m 4 is het boek van Luk Depondt, Een vuurspuwend monster(tje) een aanrader. Hierin staan verhalen, gedichten enz. in om in de klas te gebruiken, maar ook nuttige tips voor leerkrachten en ouders. (ISBN 9054612533)

Kijk in de kast in de leerkrachtenkamer, linkse kast onderin. Hier staan materialen die je kunt gebruiken om het pestprobleem te lijf te gaan.

Bij jeugdzorg/GGD zijn verschillende projecten beschikbaar.

Er is een overzicht van materialen en verwijzingen voor groepen 0 t/m 8. (bijlage 3)

Begeleiding van de gepeste leerling:

Medeleven tonen, luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.

Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten.

Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.

Zoeken en oefenen van een andere reactie, b.v. je niet afzonderen.

Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.

Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.

Sterk kanten van de leerling benadrukken.

Belonen (schouderklopjes) als de leerling zich anders/beter opstelt.

Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).

Het gepeste kind niet overbeschermen, b.v. naar school brengen of ík zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

Begeleiding van de pester:

Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)

Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.

Excuses aan laten bieden.

In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.

Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest – belonen (schouderklopjes) als kind zich aan de regels houdt.

Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.

Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten? *

Zoeken van een sport of club; waar kan het kind ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD.

* Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

Een problematische thuissituatie.

Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen).

Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt.

Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan.

Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.

Adviezen aan de ouders van onze school:

Ouders van gepeste kinderen:

Raak niet in paniek: elk kind loopt kans gepest te worden.

Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

Ouders van pesters:

Neem het probleem van uw kind serieus.

Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.

Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

Besteed extra aandacht aan uw kind.

Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Alle andere ouders:

Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

Corrigeer uw kind bij Ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

Geef zelf het goede voorbeeld.

Leer uw kind voor anderen op te komen.

Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

Dit pestprotocol heeft als doel:
Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen”.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Leerkrachten en ouders uit de ouderraad en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit PESTPROTOCOL.


Oepskaart

Lijst met materialen die we kunnen gebruiken bij pestsituaties

Regels die gelden in alle groepen